Misschien herken je dit. Je hoort jezelf iets met grote stelligheid beweren en het is nog niet je mond uit of je vraagt je al af: wéét ik dit inderdaad wel zo zeker?! Of wíl ik dit graag zo zeker weten? “Ik weet zéker dat het dáár ligt.” “Dat wordt hélemaal niets.”
Of je raakt in discussie met iemand en bent ervan overtuigd dat jij het bij het rechte eind hebt en dat de ander het mis heeft. Die is misleid of verkeerd geïnformeerd. Beroept zich op verkeerde bronnen. En het is aan jou om dat die ander duidelijk te maken.
We kunnen verknocht zijn aan onze waarheden en aan de manier waarop we de wereld waarnemen. Ze bieden een gevoel van veiligheid en identiteit dat we ons niet zomaar laten afnemen. En er kan een soort gelijkhebberigheid over ons komen wanneer we worden geconfronteerd met tegengestelde meningen.
Het boek Buddha, Socrates, and Us; Ethical Living in Uncertain Times van auteur en zenleraar Stephen Batchelor gaat over twee wijze mannen voor wie onzekerheid de enige zekerheid was. De Griekse filosoof Socrates, ‘de horzel van Athene’ liet de overtuigingen van zijn gesprekspartners stuk voor stuk sneuvelen door zijn aanhoudend bevragen.
Het Orakel van Delphi noemde hem de wijste man van Athene en daar kon hij het niet helemaal mee oneens zijn, getuige de volgende uitspraak in zijn beroemde verdedigingsrede: “Blijkbaar ben ik dan toch een klein beetje wijzer dan die man, door niet te menen dat ik iets weet zonder het te weten.” (Apologia 21D, Plato).
De Boeddha, tijdgenoot en evenknie van Socrates – Batchelor noemt hen gekscherend twee-eiige tweelingbroers -, was zich al even bewust van zijn niet-weten. Hij was bovendien bedreven in de kunst dat niet-weten te verdragen en de verleiding te weerstaan het in te vullen met verhalen. Kleine persoonlijke verhalen, bijvoorbeeld over waarom we zijn geworden wie we zijn. Of grote gemeenschappelijke verhalen, zoals politieke ideologieën.
Niet dat die verhalen per se het probleem zijn. We kunnen niet zonder, ze geven betekenis en motiveren ons. Het wordt echter riskant wanneer we er dogmatisch mee omgaan en niet – zoals de Engelsen dat zo mooi zeggen – hold them lightly. Als we bereid zijn om ervoor te kwetsen, te haten, te doden.
Binnen Acceptance and Commitment Therapy (ACT) wordt dat ‘fuseren’ genoemd. Je gedachten en overtuigingen te serieus nemen, met blikvernauwing en vervreemding van anderen als gevolg. Het Boeddhisme biedt hele praktische oefeningen om – in ACT-termen – te ‘defuseren’. De volgende is van de Vietnamese zenleraar Thich Nhat Hanh.
Telkens wanneer je jezelf betrapt op een overtuiging, of een mening vermomd als feit, stel je jezelf de vraag: Weet je dat zeker?! Om dan maar meteen het antwoord te geven: Nee! Gewoon, om het een beetje af te leren, dat zeker weten.
Want er zit misschien best wat in, maar helemáál kloppen doet ’t toch niet. “Ze keek vast zo omdat ze het raar vond wat ik zei/deed/droeg”. Weet je het zeker? Nee! “Mijn nieuwsbronnen zijn de enige juiste”. Weet je dat zeker? Nee! “Ik zou het wel weten als ik premier van Nederland was”. Weet je het zeker? Nee!
Probeer het maar eens een weekje. De kans is groot dat je vanzelf lol krijgt in dat niet-weten. Dat het wat ontspanning brengt en betere verhoudingen. Maar zeker weten doe ik dat natuurlijk ook niet :).