\
Margôt van Stee
Arbeidspsycholoog/ Mindfulnesstrainer
/

Nooit te oud voor Jung

04/4/26

Vanaf het moment dat ik mijn man leerde kennen, een specialist in de Westerse esoterie, verschenen de Jungianen in mijn leven. Ah, dus ík was de partner van, dan zou ik wel…! Helaas, keer op keer moest ik ze teleurstellen. Nee, ik was geen Jungiaanse therapeut.

Het waren interessante confrontaties, waarbij verschillende bubbels elkaar ontmoetten en aan weerszijden met verbazing werd geconstateerd: ook wat jij daar zit te doen is kennelijk psychologie! Ik herinner me een etentje in het bijzijn van Sonu Shamdasani, de Engelse vertaler van Jung’s Rode Boek, waarbij ik in een wat verwarrend gesprek terecht kwam met een Jungiaanse therapeut over de betekenis van zwembaden in dromen. Dat was natuurlijk geen passie voor zwemmen, zoals ik die zelf had. Nee, water stond voor het onbewuste. En zwembaden, met hun afgebakende vorm, verwezen naar een beheersbare versie daarvan.

Tijdens mijn studie was de psychiater en psycholoog Carl Gustav Jung (1875-1961) vooral langsgekomen als een historische figuur, wiens ideeën eerder werden geassocieerd met religie, mythologie of cultuurfilosofie dan met klinische psychologie. Concepten als het collectief onbewuste en de archetypen waren niet wetenschappelijk toetsbaar of falsifieerbaar, wat in de steeds empirischer wordende academische psychologie een vereiste was. De nadruk was komen te liggen op interventies die onderzocht konden worden, met name de gedragstherapie.

Buiten de academie vond Jung echter wel degelijk zijn weg. En zo belandde ik onlangs alsnog op zijn spoor toen ik de workshop Een mythische reis met Demeter en Persephone; terug naar onszelf volgde bij Sanne Scheffer, die ooit bij mij een mindfulnesstraining had gevolgd. Behalve dat het me leuk leek de rollen nu eens om te draaien en het als psycholoog altijd goed is om je eigen instrument weer wat beter te leren kennen, trok het wonderschone beeld op haar website (een Rossetti-achtige Persephone met sappige granaatappel) me gretig over de streep.

Al snel viel ik ook als een blok voor het werken met mythen: verhalen met een grote rijkheid en gelaagdheid die appelleren aan klassieke menselijke ervaringen en patronen. Het is door de mythe dat het menselijk leven het beste begrepen kan worden, zo geloofde bijvoorbeeld de Poolse schrijver Bruno Schulz. Niet voor niets hebben mensen elkaar sinds mensenheugenis verhalen verteld – van het oudst bekende geschreven verhaal ter wereld, het Gilgamesj-epos dat dateert van 2100 vóór Christus, tot het huidige Netflix zo’n 2100 jaar ná Christus.

De toneelstukken van de Griekse Aeschylus (die leefde rond 500 voor Christus) waren bijvoorbeeld meditaties op wat het betekent om kwetsbaar, onvolmaakt en sterfelijk te zijn, zo schrijft Stephen Batchelor in Buddha, Socrates, and Us (p.99). Kwetsbaar, onvolmaakt en sterfelijk. Mens zijn dus. Verhalen zijn in staat om betekenis te geven aan existentiële levensvragen en ingrijpende gebeurtenissen te integreren in het weefsel van je leven. Het was om die reden dat een andere deelneemster zich had ingeschreven voor deze mythische reis. Zij had een groot persoonlijk verlies geleden en cognitieve gedragstherapie had haar daar niet bij kunnen helpen.

En zo bezag ik gedurende zes weken mijn eigen leven vanuit de mythe over de jonge Kore die door Hades wordt ontvoerd naar de onderwereld. Daar transformeert ze tot Persephone, de koningin van diezelfde onderwereld, haar moeder Demeter in diepe rouw achterlatend. We luisterden naar een levendige vertolking van het verhaal, schilderden met aquarel en bespraken onze dromen als boodschappers van het onderbewuste.

Het bracht van alles in beweging met betrekking tot vertrouwde thema’s als de relatie tot mijn moeder en mijn neiging tot vermijden van alles wat technisch is. Mede dankzij toevallige gebeurtenissen rond diezelfde tijd die op hun beurt weer inspiratie boden, zoals een geboorte in de buurt (daar had je de ouder-kind relatie…) en een laptop die het begaf (… en daar de techniek). “Synchroniciteit!” zou Jung hebben geroepen. “Puur toeval!” zal weer een ander zeggen. Zelf neem ik ze graag dankbaar in ontvangst als vingerwijzingen van een vrijgevige en anonieme afzender.

Weggetjes naar wijsheid

12/22/25

Onvergetelijk is het beeld dat Ilja Leonard Pfeiffer in de roman Alkibiades schetst van de filosoof Socrates op het slagveld waar zojuist paniek en chaos is uitgebroken. De wijsgeer wandelt er rustig rond “zoals hij door de straten van Athene struint, met zijn hoofd in zijn nek en nieuwsgierig om zich heen kijkend met zijn uitpuilende ogen en met een vriendelijke en geïnteresseerde blik voor vriend en vijand”. De staatsman Alkibiades, tevens mooiste man van Athene, kijkt huizenhoog op tegen zijn leermeester en geweten Socrates (wat niet wil zeggen dat hij zich ook veel aan diens lessen gelegen laat liggen).  

Socrates, de filosoof die zelf nooit iets opschreef, en die we vooral kennen door zijn andere beroemd geworden leerling, Plato, was kampioen vragen stellen. Vanuit een houding van niet-weten, grenzend aan onnozelheid, bevroeg hij zijn gesprekspartners op hun meningen. Meestal bleef daar weinig van over. Niet voor niets werd hij de horzel van Athene genoemd, een rol die hij uiteindelijk moest bekopen met de gifbeker die hij filosoferend tot het bittere einde tot zich nam. 

Wijsheid ontstond volgens Socrates in gezamenlijkheid, door elkaar vragen te stellen, goede vragen. In Socrates op sneakers legt Elke Wiss uit wat dat zijn. Goede vragen zijn volgens haar vragen die oprecht een vraag zijn, en dus geen verkapte mening, en die de ander aanzetten tot denken, zonder te beïnvloeden, zonder te sturen en vooral ook: zonder over jezelf te beginnen.

Maar dat is nou juist zo lekker! Als we over onszelf praten maken we namelijk dopamine aan. Bovendien voelt het ongemakkelijk als dingen onopgelost blijven, met als gevolg dat we niet vragen maar fixen (“Weet je wat jíj zou moeten doen…”). We willen juist wèl weten. Of nog liever willen we ergens iets van kunnen vinden. Maar een goed gesprek aangaan met iemand die er heel anders over denkt is dan weer lastig. Een tegenovergestelde mening, zo wijst fMRI-onderzoek uit, voelt namelijk net zo bedreigend als uitgescholden worden. Kortom, zegt Wiss: we haken af op het moment dat het nou juist interessant begint te worden.

Ook in de mindfulnesstraining vragen we als hedendaagse horzels de deelnemers het hemd van het lijf. Dit doen we aan de hand van een gesprekstechniek die we ‘enquiry’ noemen, wat zoveel betekent als bevraging of nabespreking. We exploreren daarin de ervaringen van de deelnemer tijdens een meditatie of in het dagelijks leven, de reacties op deze ervaringen, patronen in deze reacties en de consequenties van deze patronen. De enquiry fungeert als een soort proeflaboratorium waarin de deelnemer ruimte creëert voor inzicht, verwerking en verandering.

Beide gesprekstechnieken, de enquiry en het socratisch gesprek, zijn gericht op het verwerven van wijsheid. Zowel de eigen wijsheid als een meer universele wijsheid. Tijdens de enquiry kan iemand met pijnklachten zich bijvoorbeeld realiseren welke gedachten de pijn, op zich al vervelend genoeg, onbewust en onbedoeld nog eens versterken (“Als het erger wordt kan ik het vast niet meer aan”). En tijdens een socratisch gesprek kan iemand zich bewuster worden wat rechtvaardigheid voor haar betekent. In beide gevallen kan die persoonlijke wijsheid soms ook breder worden getrokken en iets blootleggen ten aanzien van meer algemene mechanismen of waarheden.

De overeenkomsten tussen beide technieken beperken zich overigens niet tot een streven naar wijsheid. Ook de weg daarnaartoe vertoont overeenkomsten, zoals een nieuwsgierige en niet-oordelende houding, één van niet-weten en geduld. Beiden vragen van de gespreksleider dat deze zich bewust is van het wat en hoe van het eigen denken. Welke wellicht onbewuste overtuigingen koestert die bijvoorbeeld?

Tegelijkertijd zijn er belangrijke verschillen. Waar in het socratische gesprek de inhoud van het denken centraal staat, die wordt onderzocht op logica en rationaliteit, wordt zowel tijdens de meditatie als in de enquiry eerder gefocust op het proces van denken: welke thema’s komen bijvoorbeeld langs en hoe verhouden die zich tot andere ervaringen? Zo kwam een deelnemer aan de mindfulnesstraining tot het volgende inzicht: als ik aan mijn werk denk, wat ik kennelijk veel meer doe dan ik me tot nu toe realiseerde, ontstaat er telkens spanning in m’n nek die de hoofdpijn kan verklaren waar ik ’s avonds last van heb.

In het socratisch gesprek is volgens Wiss sprake van de zogenaamde ‘empathische nulstand’. Want wanneer je je niet zo inleeft, is het gemakkelijker om objectief te blijven. Overtuigingen worden onder de loep genomen en kunnen daardoor als zand tussen de vingers wegglijden (zoals Barbara Stok het mooi verwoordt in Wat is goed leven? Socrates en het belangrijkste). Bij de enquiry hoort juist een compassievolle houding. Een koel hoofd wordt gepaard aan een warm hart.

Enquiry en socratische gesprek vullen elkaar mijns inziens mooi aan in het zoeken naar iets van individuele en universele waarheid en wijsheid. En dat zoeken is dus geen eenzame exercitie, maar gebeurt in gezamenlijkheid. Hoe heerlijk is het als een ander zich de moeite getroost om echt eens voor je te gaan zitten, de zaklamp van de aandacht op een ervaring, vraagstuk of mening van jou richt en je op die manier helpt meer helderheid in hoofd en hart te scheppen. Om zo bovendien meer in verbinding te komen, zowel met jezelf als met de ander. Is dat niet een geweldig groot cadeau, zowel voor gever als ontvanger?!

Bronnen:
Alkibiades van Ilja Leonard Pfeijffer, de Arbeiderspers; Wat is goed leven? Socrates en het belangrijkste van Barbara Stok, Nijgh & Van Ditmar; Socrates op sneakers van Elke Wiss, Ambo | Anthos

Komt een wildplasser bij de psycholoog

09/24/25

En toen hadden we een wildplasser in huis. De eerste keer dat hij het deed was in het knalroze koffertje van de kattenoppas. Was het territoriumgedrag – wat moet die vreemde mevrouw hier?! In ieder geval een eenmalig gevalletje (denk je dan, als het maar ongewenst genoeg is). Maar toen we niet veel later vrienden op bezoek hadden, zat hij opeens pontificaal te plassen in de kikkermand die hij zojuist cadeau had gekregen.

Tijd voor nieuwe analyses, want bij die vrienden had hij nota bene drie maanden gewoond. Werd de nieuwe mand ingewijd?! Had het iets te maken met het feit dat hij door de poes van die vrienden was weggepest? Of had hij een kittentrauma? In het oosten van Oekraïne was hij namelijk al op jonge leeftijd uit huis geplaatst omdat hij bij alcoholisten woonde. En vervolgens had hij vanwege de oorlog moeten verhuizen naar een ander asiel, voordat hij uiteindelijk werd opgehaald door een Nederlandse weldoenster en na een lange autorit terechtkwam bij onze vrienden. Samen met zijn grote broer, dat dan weer wel.

Allemaal mensenpsychologie, zo zouden we later ontdekken. Maar eerst moest er nog heel wat water door de zee. Misschien ken je het wel: je verzint van alles aan hypothesen en oplossingen en telkens lijkt het dan even goed te gaan of zelfs definitief over te zijn. Totdat… Ik ken het ook van mijn cliënten, wat hebben ze soms niet afgetobd voordat ze zich melden. En tot op zekere hoogte is dat ook goed: veel kunnen we zelf oplossen of gaat vanzelf weer over.

Dit niet. Ik zal niet uitweiden over alle plekken waar hij het heeft gedaan, maar toen hij het probeerde in mijn praktijkruimte was de maat vol en besloot ik de gedragstherapeut voor katten te consulteren die een bevriende dierenarts me al een hele poos geleden had aangeraden.

Wat een openbaring. Mijn man en ik verkeerden in de veronderstelling wel iets van katten af te weten. Hij had als kleuter al een kat gehad, ik kreeg de eerste van mijn moeder toen ik het huis uit ging. Wat had ik daarnaar uitgekeken. Als kind hadden we geen katten kunnen houden omdat zij daar bang voor was. Dankzij graduele exposure* mèt dat cadeaukatje (ik studeerde op dat moment gedragstherapie) kwam ze daar overheen. Het verliep heel natuurlijk. Als kitten vond mijn moeder de kat nog wel schattig, dus nam ik haar telkens mee als ik mijn ouders bezocht. Totdat ze bijna ongemerkt en onbevreesd met een volwassen kat op schoot zat.

Maar ondanks die ervaring viel er voor ons toch nog heel wat te leren. De therapeut bestookte ons met vragen waarvan ons niet steeds duidelijk was wat ze daarmee wilde, totdat ze zelfverzekerd concludeerde: ja, Bobke was angstiger dan gemiddeld, ja, zijn grote broer speelde soms wat te wild met hem, maar daar lag het allemaal niet aan. Hij was onzindelijk omdat hij niet meer op de bak wilde, waarschijnlijk vanwege een vervelende ervaring. Het wildplassen was begonnen op een zachte ondergrond en langzaamaan via klassieke conditionering (lekker aan de poten, die zachte stof) gegeneraliseerd naar de eetkamerstoelen.

Natuurlijk was ik met dit psychologisch mechanisme bekend, we zijn er als mens ook volop aan onderhevig, maar het had me toch aan bepaalde kattenkennis ontbroken. Want wat wil de kat?! Een maatje XXL (61×61 cm) open kattenbak gevuld met klontvormend zand. Dat lijkt immers het meest op hun natuurlijke habitat. Dat de reguliere kattenbak overdekt is dient slechts de mens: we willen die vieze luchtjes buiten houden (binnen dus) en bovendien willen we toch wel graag dat ons het zicht wordt bespaard op dat wat wij zelf in volmaakte privacy plegen te doen (Huh, zij niet dan?! Nee, zij niet!). Oh ja, en graag zoveel kattenbakken als er katten zijn. Plus één. Vier dus. Daarvan werden we wat bleek om de neus, dus okay, drie.

We begonnen met één bak, omdat we nog niet zoveel zand hadden weten aan te slepen van onze favoriete dierenwinkel, met die vriendelijke en goed geïnformeerde eigenaar. Het was onmiddellijk een totale hotspot, anders kan ik het werkelijk niet noemen. Gedrieën verdrongen ze zich om de bak, besnuffelden het zand, voelden het aan de voetjes (we meenden een zacht instemmend en eensgezind JOTTEM te horen) en gingen onmiddellijk over tot actie.

En daar zijn ze niet meer mee gestopt. En nee, Bobke, heeft sindsdien niet één keer meer buiten de bak geplast. Inmiddels staat er een tweede bak boven te voldoen aan nog een andere kattenwens, namelijk dat die op afstand staat van de andere bak. Voorlopig mogen we het hierbij laten, mits we vaak genoeg scheppen. Nou, dat willen we wel.

*Voor een uitleg over graduele exposure zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Gradual_exposure

Archief

  • Aandacht voor de natuur
  • Aandacht voor het klimaat
  • ACT bij trauma
  • Alles wat aandacht krijgt groeit. Ook in de hersenen.
  • Belangrijke levensgebeurtenissen
  • Change of mind, change of times
  • Controledrang
  • Coping tijdens Covid en daarna
  • Daar heb ik geen last meer van
  • Dankbaarheid
  • Dat moet je het paard vragen
  • De donkere dagen
  • De koude kant, ver weg in het land
  • De olifant in de kamer
  • De wereld al wandelend tot leven laten komen
  • Deep Look
  • Depressie als verhaal
  • Een geval van toeval
  • Een nieuw taboe
  • Een oefening in geduld
  • Een slaaf van jezelf
  • Ego-emoties
  • EMDR
  • Erkenning
  • Eusebeia
  • Experiëntiële vermijding en een waardevol leven
  • Gesproken woord
  • Getting your things done
  • Goede gewoontes
  • Het allerlaatste woord over multitasking
  • Het cultiveren van kalmte en concentratie
  • Het lerende lichaam
  • Het zesde uur
  • Inclusief en Exclusief
  • Komt een wildplasser bij de psycholoog
  • Meditatie
  • Met wijsheid de wereld in
  • Mijn ego is kleiner dan het jouwe!
  • Mindfulness anno 2024
  • Mindfulness en Compassie in tijden van Corona
  • Nooit te oud voor Jung
  • Ode aan het werk
  • Oh wee op tv
  • Op retraite gaan
  • Op zoek naar onze verloren gewaande tijd
  • Op zoek naar stilte
  • Pandemische paniek
  • Psychotherapie en psychedelica
  • Status
  • Symposium: serieuze spelen
  • Taal als kleren van de keizer
  • Tien jaar arbeidspsychologische praktijk
  • Toegestane emoties
  • Traumasporen
  • Verdeeldheid en verbondenheid
  • Verlichting
  • Verlies
  • Waarden in een veranderende wereld
  • Waarom houden we toch zo van onze hersenen?
  • Wakker worden
  • Wat is een burnout (behalve dat wat de UBOS meet)?
  • Weggetjes naar wijsheid
  • Wie kent jou het beste, jijzelf of de mensen om je heen?
  • Worden wie je bent? Of worden wie je wilt zijn?
  • Zelfcompassie in de snelkookpan of op het sudderplaatje
  • Zelfsturing of structuur