\
Margôt van Stee
Arbeidspsycholoog/ Mindfulnesstrainer
/

Inmiddels werk ik zo’n twintig jaar als arbeidspsycholoog waarvan bijna tien jaar in mijn eigen praktijk. In deze brief wil ik graag een voorschotje nemen op dit tweede lustrum door aandacht te besteden aan een aantal ontwikkelingen binnen de arbeidspsychologie. Dat zal ik doen op basis van onderzoek en mijn eigen ervaringen met cliënten.

Met stip op één staat natuurlijk het onderwerp stress, al dan niet uitmondend in ziekmelding vanwege burnout. TNO meldt in de Arbobalans van 2018 dat werknemers zich steeds meer opgejaagd voelen in hun werk. Bij een burnout is zelden één oorzaak aan te wijzen, feit is dat werknemers het gevoel hebben dat er steeds hogere eisen aan hen wordt gesteld terwijl ze tegelijkertijd steeds minder ruimte krijgen. En dat is wel hèt recept voor een burnout, zoals we weten uit onderzoek. Veel verantwoordelijkheden, weinig sturingsmogelijkheden. Ik herken dat in mijn praktijk. Zelfstandigen zonder personeel, de ZZP’ers, ervaren meer autonomie en hebben minder last van hoge eisen.

Een vaak onderschatte oorzaak van burnout is een waardenconflict, zoals ik lang geleden van Jaap van den Broek leerde. Het gevoel te hebben jezelf te moeten verloochenen, niet trouw te kunnen zijn aan jezelf uit angst voor een negatieve beoordeling of verlies van je baan. Het gaat bijvoorbeeld om werknemers die opdracht krijgen van de baas om klanten een verkeerde voorstelling van zaken te geven, mensen die werken bij een bedrijf waar targets belangrijker lijken te zijn dan kwaliteit of waar de nadruk op onderlinge competitie ten koste gaat van de collegialiteit.

Het is niet alleen de diagnose burnout die vaak wordt gesteld. Er lijkt tevens sprake te zijn van een toename van mensen met een angststoornis, depressie, AD(H)D of autisme spectrum stoornis (ASS). Maar klopt dit ook? De cijfers spreken elkaar soms tegen. En als het zo is, heeft dat dan te maken met het oprekken van definities of met een toename in bewustwording en herkenning van symptomen? Spelen er ook commerciële belangen, bijvoorbeeld van de farmaceutische industrie (zoals Trudy Dehue zich al in 2008 afvroeg in het boek de Depressie-epidemie) of is het een effect van de veranderende eisen en normen binnen de samenleving? Of zijn we misschien minder tolerant geworden?

Voor een aantal stoornissen zijn de DSM-criteria in ieder geval wel verruimd. Ik kan me nog herinneren dat tijdens mijn studie een film werd vertoond over autistische kinderen (ASS bestond toen nog niet). Dat waren kinderen die met hun handen fladderden en met wie het heel moeilijk, zo niet onmogelijk, was om contact te leggen. Tegenwoordig krijg ik mensen in mijn praktijk die zich afvragen of ze een stoornis hebben binnen het autistische spectrum wanneer ze liever met hun neus in de boeken zitten dan naar een feestje te gaan.

Je zou kunnen zeggen dat datgene wat we als ziek beschouwen deels reflecteert wat we als samenleving belangrijk en normaal vinden. En dat zie je ook weer terug in de eisen op de arbeidsmarkt. Die vraagt om flexibele, extraverte en sociaal vaardige werknemers die goed kunnen omgaan met voortdurende verandering, prestatiedruk, onzekerheid en niet te vergeten een hoge doses prikkels. Dat betekent dat de grondigen, zorgvuldigen en diepe vorsers onder ons, degenen die niet zoveel externe prikkels of druk kunnen verdragen, die snel zijn afgeleid of hechten aan zekerheid eerder buiten de boot vallen. Het verschaft mij in ieder geval altijd enorm veel voldoening wanneer iemand die afwijkt van die gangbare norm er in slaagt om de juiste professionele bestemming te vinden of te creëren.

En dan de kantoortuin die alweer een hele poos onder vuur ligt. Terecht, wat mij betreft. Want hoewel ik in mijn praktijk natuurlijk vooral de slachtoffers van deze uitvinding tegenkom, durf ik wel te beweren dat de kantoortuin veel werknemers onnodig veel stress en afleiding bezorgt en vaak ook nog eens niet goed is voor de productiviteit. Integendeel, mensen blijven liever een dagje thuis als ze echt even willen werken. Onderzoek uitgevoerd door Harvard Business School bevestigt deze indruk en wijst bovendien uit dat de kantoortuin eerder eenzaam maakt dan contacten stimuleert. Mensen sluiten zich af voor de gestage stroom prikkels door zich terug te trekken. Want als íets voor overprikkeling kan zorgen, zo weten de mensen die ooit een burnout hebben gehad, dan zijn het wel andere mensen.

De zelfsturende teams, ook daar heb ik in de loop der jaren mensen op zien sneuvelen. “Bij Buurtzorg is het een succes, dus waarom zou het bij ons niet kunnen werken?” Maar het maakt uit of er al een geschiedenis is met ‘het oude werken’ en of het eigenlijk om een verkapte bezuinigingsmaatregel gaat. Bovendien is het format dat in het ene bedrijf werkt niet zomaar toe te passen in een andere context. Toch kan het een hele goede organisatievorm zijn, mits er sprake is van maatwerk, zo vond Irene Sinteur die aan de VU promoveerde op zelfsturing bij bedrijven.

Tja, en dan de grote olifant in de werkkamer: de robotisering, logische opvolger van industrialisatie en automatisering. Het belooft gemak en tijdswinst, maar het dreigt wel een substantieel deel van de werkende bevolking overbodig te maken. Wat moeten we met al die mensen zonder werk?! Of zijn we het misschien wel zelf?! Hoe kunnen we onszelf dan nog nuttig maken? Want dat is wat we immers graag willen, zoals ook het Tinbergen Instituut recentelijk weer vaststelde op basis van onderzoek. Als sociale dieren willen we het gevoel hebben ergens bij te horen. Bovendien willen we graag een zinvolle bijdrage leveren aan dat grotere geheel waar we onderdeel van uitmaken. Dat hoeft niet persé in de vorm van betaald werk te zijn, maar het is er wel een mooie vorm voor.

Een gevoel van verbondenheid, dat missen veel van mijn cliënten. Want dat is nu eenmaal een stuk minder gemakkelijk na de zoveelste reorganisatie of met een tijdelijk dienstverband of flexcontract. Niet voor niets heb ik de afgelopen jaren heel wat mensen gezien die na lang wikken en wegen besloten om het roer om te gooien, kozen voor werk dat hen meer voldoening en verbinding bood en bereid waren daar een prijs voor te betalen.

Het kan ook anders, bewijzen de oprichters van technologiebedrijf Basecamp Jason Fried & David Heinemeier Hansson. Ze schreven daarover het boek It doesn’t have to be crazy at work. Bij Basecamp geen kantoortuin maar bibliotheekregels. Op de werkvloer heerst stilte en concentratie. In plaats van stilteruimtes zijn er praatruimtes. Voortdurend online zijn wordt ontmoedigd. En managers worden geacht minder gericht te zijn op de targets en de missie en meer op hun medewerkers. Werk hoeft helemaal geen aaneenschakeling van stress en chaos te zijn.