\
Margôt van Stee
Arbeidspsycholoog/ Mindfulnesstrainer
/

De olifant in de kamer

01/24/20

Tot mijn dertigste had ik het eeuwige leven. Natuurlijk wist ik wel dat ook mijn leven eindig was, maar dat was toch meer een afstandelijk en rationeel dan een doorvoeld weten. Eigenlijk was het gewoon geen onderwerp. Zo nu en dan las ik interviews met schrijvers die beweerden dat sterfelijkheid hun voornaamste thema was. Waar hadden ze het over?! Het zou nog even duren voordat het besef van mijn eigen onvermijdelijke einde werkelijk begon door te dringen. Een gedenkwaardig moment, volgens de dichter William Wordsworth: In this instant, you become fully human. Nou, zover is het dan toch gekomen.

De voornaamste reden dat dat zo lang duurde was dat ik nauwelijks werd geconfronteerd met de dood, opgroeiend en levend in een periode van ongekende veiligheid en welvaart, en geholpen door het lot. Mijn katten, dat was het wel zo’n beetje. De laatste jaren begint daar verandering in te komen. Mijn ouders kwamen te overlijden en met enige regelmaat beginnen ziekte en verlies aan de deur te kloppen, zoals dat gaat boven je vijftigste. Het wordt steeds lastiger om weg te kijken.

Want wegkijken, daar zijn we als mens ongelooflijk behendig en bedreven in, zoals antropoloog Ernst Becker in 1973 beweerde in zijn boek The Denial of Death. Volgens hem stellen we alles in het werk om maar niet aan onze sterfelijkheid te hoeven denken, terwijl het besef ervan toch in belangrijke mate ons doen en laten bepaalt. Halverwege de jaren tachtig besloten drie van zijn studenten, Sheldon Solomon, Jeff Greenberg en Tom Pyszcynski, de ideeën van hun leermeester te gaan testen in het laboratorium. En dat zijn ze tot op heden blijven doen, inmiddels alle drie in de hoedanigheid van hoogleraar psychologie. Hun boek The Worm at the Core vormt daarvan de neerslag.

Volgens de auteurs daagde er in de geschiedenis van de mensheid geleidelijk aan een afschrikwekkend inzicht toen de mens bewustzijn begon te ontwikkelen. Net als andere diersoorten zijn we gebouwd op zelfbehoud en vechten we meestal tot het bittere einde voor ons voortbestaan, zoals we kunnen zien in tijden van oorlog en in geval van ziekte. Tegelijkertijd zijn we de enige soort die beseft dat we uiteindelijk gedoemd zijn die strijd te verliezen, hoezeer we ons ook verzetten. Om die reden begonnen onze voorouders culturele wereldbeelden en waardensystemen te ontwikkelen in de vorm van religies en ideologieën. Deze hadden tot doel het leven betekenis te geven en het gevoel te geven onderdeel uit te maken van een groter geheel dat over de dood heen blijft voortbestaan. Een mens ervaart eigenwaarde wanneer hij of zij zich verbindt aan dat grotere geheel door er een waardevolle bijdrage aan te leveren. Pas dan is er een werkelijk gevoel van veiligheid, zo ver mogelijk verwijderd van de dood. Het is bijvoorbeeld niet voor niets dat werkeloosheid de eigenwaarde zo aantast en eenzaamheid het leven kan bekorten.

Teneinde de dood op afstand te houden is het dus belangrijk voor ons om in zo’n groter verhaal te leven. Tegelijkertijd drijft een te grote gehechtheid daaraan de mensheid uiteen: want zoveel mensen zoveel zinnen en gezindten. Voor de één is het geluk en voortbestaan van de mensheid afhankelijk van het kapitalisme, voor de ander van een bewust omgaan met het klimaat. Voor de één van een zuiver ras, voor de ander van een open maatschappij. Voor de één heiligt het hogere doel alle middelen, inclusief geweld, voor de ander is de pacifistische weg à la Gandhi de enig ware en werkzame. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Een tijdlang werd gedacht dat we met de secularisatie ook de strijd hadden afgeschaft, maar niets is minder waar gebleken. Eerst waren er de grote politieke ideologieën (socialisme, communisme, fascisme) en toen die dood werden verklaard kwam er het neoliberalisme, dat aanvankelijk niet eens werd herkend omdat het net als alle grote verhalen werd gepresenteerd als de enige waarheid (Margaret Thatcher: “There ís no alternative”), zoals overigens alle grote verhalen. Het is net als met Sinterklaas; hem ter discussie stellen is meestal het begin van het einde.

Zolang jouw waardenstelsel of geloofssysteem niet het mikpunt is, is het niet zo heel moeilijk om tolerant te zijn. Echter, wanneer datgene waaraan jij je identiteit en fysieke en symbolische voortbestaan hebt verbonden door anderen moedwillig en nonchalant terzijde wordt geschoven, of zelfs wordt vertrapt en vernederd, wat blijft er dan van je over? Vanaf het moment dat ik me dat probeerde voor te stellen, begon ik de functie van zo’n systeem werkelijk te begrijpen. Het is dan ook niet zo vreemd dat bijna iedereen zich wel ergens aan verbindt. Zoals de auteur David Foster Wallace het zegt in zijn toespraak This is water: “Everybody worships something”, ook als je je daar niet zo bewust van bent. Of het nu Christus is, Mohammed of Boeddha, FvD of GL, de idealen van de Verlichting, democratische waarden, dierenrechten, de aarde, haar voortbestaan en haar soortenrijkdom, het hebben van succes, woke zijn, traditionele waarden of (zoals voor Wallace zelf) compassie.

Enerzijds is het hebben van zo’n systeem dus essentieel voor je welzijn – zonder al teveel relativering, want dat trekt het vloerkleed onder geloof vandaan. Tegelijkertijd maakt het rigide vasthouden aan het eigen waardensysteem je intolerant en kom je potentieel op ramkoers. Hoe hier verstandig mee om te gaan? Tegen die tijd voelde ik als lezer het antwoord al aankomen. Ook volgens de auteurs is the muddy middle, ofschoon lastig, toch de meest wijze weg: je met hart en ziel verbinden aan je eigen overtuigingen en tegelijkertijd beseffen dat voor mensen met andere wereldbeelden uiteindelijk hetzelfde op het spel staat als voor jou. Jezelf verbinden aan iets groters of hogers en je tegelijkertijd openstellen voor de realiteit van de ander met wie je op één afdeling werkt of een planeet bewoont. Een beetje zoals relatietherapeuten ruziënde stellen adviseren: accepteren dat er co-existerende waarheden bestaan. Niet persé gelijk willen krijgen, maar inzetten op zo goed mogelijk samenleven.

De auteurs bepleiten daarnaast een bewust omgaan met de sterfelijkheid, omdat een gebrek daaraan veel schade kan aanrichten, hetgeen ze aantonen op basis van eindeloos veel onderzoek. Dus leven met de dood, zoals zoveel geloofsovertuigingen je kunnen leren, of het nu het Boeddhisme, het Sjamanisme of iets anders is. In het bewustzijn van je eindigheid, zodat je niet pas op je sterfbed moet vaststellen dat je een volkomen verkeerde koers hebt gevaren – zoals Ivan Iljitsj, de protagonist uit De doodvan Ivan Iljitsj van Leo Tolstoi, het beste boek over levensspijt dat ik ken. Om dat te voorkomen wens ik je aan het eind van dit jaar niet alleen veel tijd en aandacht toe voor je geliefden, maar ook voor bezinning, ter voorbereiding op een waardevol, welbesteed, vreedzaam en verbindend nieuw jaar!

The Worm at the Core, on the Role of Death in Life, Sheldon Solomon,
Jeff Greenberg en Tom Pyszcynski (in het Nederlands vertaald onder de titel:
Hoe de dood ons drijft), uitgever: Boom Psychologie
De Dood van Ivan Iljitsj, Leo Tolstoi, uitgever: Meulenhoff
This is water, David Foster Wallace

Traumasporen

09/26/19

‘Traumatische stress is de ziekte van het niet werkelijk in het heden kunnen leven’ – Pierre Janet (1889)

Niet iedere psychiater heeft het in zich om een pageturner te schrijven. Bessel van der Kolk, Amerikaan van Nederlandse origine, wel. Hij deed het met The body keeps the score, vertaald als Traumasporen. Niet dat het lezen daarvan persé een aangename ervaring is, want de casuïstiek die hij beschrijft is aangrijpend. Bovendien komt zijn voornaamste boodschap luid en duidelijk over: vroegkinderlijk en ander trauma ligt aan de basis van uiteenlopende ziektebeelden en psycho-sociale problemen en komt veel vaker voor dan wordt onderkend. Zo weten we inmiddels dat meer dan de helft van de mensen die psychiatrische hulp zoeken in hun (vroege) jeugd zijn mishandeld, verlaten, verwaarloosd of verkracht of getuige zijn geweest van geweld binnen het gezin. Omdat deze mensen vaak in de loop van de tijd verschillende diagnosen krijgen, terwijl de onderliggende oorzaak in werkelijkheid trauma is, pleit Van der Kolk voor een nieuwe diagnose onder de naam Complexe Post-Traumatische Stress-Stoornis (CPTSS). De heren en dames van de DSM-V heeft hij hier niet van weten te overtuigen (of er speelden teveel andere belangen mee), maar deze lezer overtuigde hij wel.

The body keeps the score is een levenswerk. Het leunt op een jarenlange ervaring van zowel onderzoekers en behandelaars als patiënten en beschrijft hoe wetenschap en gezondheidszorg in de loop van de geschiedenis zijn omgegaan met trauma. En er wordt nauwgezet in uitgelegd welke sporen trauma op diverse niveaus achterlaat in het lichaam, hetgeen we weten dankzij nieuwe ontwikkelingen in de wetenschap. Zo is gebleken dat trauma fysiologische veranderingen tot gevolg heeft, waaronder een herkalibratie van het alarmsysteem van de hersenen, een verhoogde hormoonactiviteit en veranderingen in het systeem dat onderscheid maakt tussen relevante en irrelevante informatie.

Zoals Van der Kolk het omschrijft: “Getraumatiseerd zijn betekent dat je je leven blijft inrichten en plannen alsof het trauma nog altijd voortduurt – ongewijzigd en onveranderbaar – terwijl elke nieuwe ontmoeting of gebeurtenis wordt bezoedeld door het verleden. (…) Na een trauma wordt de wereld ervaren door een ander zenuwstelsel. Alle energie van degene die wordt getroffen, wordt nu gericht op het onderdrukken van de innerlijke chaos, ten koste van spontane deelname aan het leven. Zulke pogingen om de controle te behouden over ondraaglijke fysiologische reacties kunnen leiden tot een hele reeks lichamelijke symptomen, waaronder fibromyalgie, chronische vermoeidheid en andere auto immuunziektes.”

Wat zijn andere veel voorkomende gevolgen van trauma? De flashbacks waarbij de persoon het trauma herbeleeft behoren tot de meest ontwrichtende. Zoals Van der Kolk het verwoordt: het trauma zelf heeft een begin, een midden en een eind, maar de flashbacks overvallen het slachtoffer keer op keer opnieuw en nog jaren na dato waardoor het trauma niet werkelijk eindigt. Verder noemt Van der Kolk gevoelens van diepe schaamte over de manier waarop iemand zich tijdens de traumatische gebeurtenis heeft gedragen, slaapproblemen (deels ten gevolge van nachtmerries), dissociatie, emotionele uitbarstingen (denk aan woedeaanvallen) en problemen binnen (liefdes)relaties, zoals een gevoel van onveiligheid en een onvermogen liefde te ervaren ten gevolge van emotionele verdoving. En dan hebben we het nog niet over de last voor de omgeving van het slachtoffer en de gevolgen voor latere generaties.

Van der Kolk legt uit waarom het zo belangrijk is de behandeling niet te beperken tot praten en pillen, maar om het lichaam erbij te betrekken. Trauma is preverbaal en daardoor slechts gedeeltelijk ontvankelijk voor gesprek. Interventies en methoden die niet (alleen) verbaal zijn, zoals EMDR, Pesso therapie, Somatic Experiencing, hartritmevariabiliteit (HRV), Emotional Freedom Techniques (EFT), yoga, mindfulness, neurofeedback, psychotherapie met behulp van MDMA en diverse vormen van theater zijn dan ook effectief gebleken om patiënten te helpen een gelukkiger en waardevoller leven te leiden. Van der Kolk breekt daarmee een lans voor wat lange tijd ‘alternatieve behandelingen’ zijn geweest. En terecht, want de reguliere psychologie en psychiatrie zijn te lang te eenzijdig gefocust geweest op alleen het gesprek en/of medicatie.

The body keeps the score is uiteindelijk een hoopvol boek. Het laat zien dat het de moeite loont om de sporen van trauma ook jaren na dato te herkennen en op basis van de huidige kennis en inzichten te behandelen, via geest èn lichaam.

Experiëntiële vermijding en een waardevol leven

09/20/19

Onlangs boden mijn collega Femke Kok en ik voor het eerst de training ‘Leven vanuit je kernwaarden’ aan bij het CvM. Deze vervolgtraining is gericht op het toepassen van mindfulnessvaardigheden in het dagelijks leven. Hoe kun je ervoor zorgen dat lastige emoties en gedachtenpatronen minder in de weg zitten bij het leiden van een waardevol leven?

Volgens onderzoekers die zich bezig houden met ‘Acceptance and Commitment Therapy’ (ACT), de methode die de basis vormt van deze training, is experiëntiële vermijding een belangrijke oorzaak van psychisch lijden. Sterker nog: het zou ten grondslag liggen aan uiteenlopende diagnoses van de DSM-V (die helaas sterker gericht is op symptomen dan op onderliggende oorzaken). Experiëntiële vermijding is het vermijden van innerlijke ervaringen. En dat doen we allemaal. In lichte vorm, bijvoorbeeld, wanneer je iets gênants hebt gedaan en dat liever niet wilt toegeven, ook niet tegenover jezelf. Of wanneer je je angst wegrationaliseert. In minder onschuldige vorm tijdens en na traumatische ervaringen wanneer het slachtoffer dissociëert omdat de emoties te overweldigend en bedreigend zijn.

Experiëntiële vermijding vindt vaak half of onbewust plaats. Soms is het functioneel, in ieder geval op de korte termijn, zoals in het geval van vroegkinderlijk seksueel misbuik of mishandeling. Op de langere termijn kan het echter schadelijk zijn. Zo kan verzet tegen angst tot paniek leiden en het voortdurend wegdrukken van schuldgevoelens tot depressie. Door niet te willen voelen wat er te voelen valt kun je het zicht op eigen emoties verliezen waardoor je ook niet goed meer voor jezelf kunt zorgen. En dan kan het gebeuren dat je ineens thuis komt te zitten met een burn-out. Vanwege de druk tot presteren, een gevoel van verantwoordelijkheid en angst om te falen heb je de fysieke en emotionele waarschuwingssignalen genegeerd. Heel menselijk en begrijpelijk, maar wel contraproductief.

Het is niet voor niets dat veel psychologische interventies zijn gericht op bewustwording en erkenning. Ook mindfulness, waarbij zonder te oordelen aandacht wordt geschonken aan emoties, gedachten en fysieke sensaties. Waarbij ruimte wordt gemaakt voor die emoties en de daarmee samenhangende sensaties. En waargenomen wordt op welke wijze gedachtenpatronen interacteren met die emoties; emoties oproepen, versterken of juist onderdrukken. Een nieuwsgierige blik en zelfcompassie maken het gemakkelijker om inzicht te krijgen in deze processen.

Daarnaast is bewustwording van waarden cruciaal. Dat is immers waar je het allemaal voor zou willen doen of laten. Waarom wil je eigenlijk niet meer zo lopen jagen? Niet alleen omdat het niet prettig voelt, maar ook omdat je het eigenlijk heel belangrijk vindt om gezond te leven en je graag een liefdevol mens wilt zijn voor de mensen om je heen. Vandaar dat ACT beiden combineert. Weten wat werkelijk belangrijk voor je is, hoe je wilt leven, motiveert je om lastige emoties te verdragen die er nu eenmaal bij horen als je volgens je waarden wilt leven. Zoals Mary Oliver het zo prachtig verwoordt in haar gedicht A Summer Day, ‘What is it you plan to do with your one wild and precious life?’