\
Margôt van Stee
Arbeidspsycholoog/ Mindfulnesstrainer
/

Waarden in een veranderende wereld

03/23/22

We leven in een tijd van grote veranderingen. Amper bijgekomen van een twee jaar durende pandemie met alle gevolgen van dien, werden we op 24 februari jongstleden opgeschrikt door de inval van Rusland in Oekraïne. Geschokt door de beelden en verhalen die via de media tot ons komen proberen we te begrijpen wat er gebeurt, te voorspellen wat de wereld nog te wachten staat en te bepalen wat we kunnen doen.  

De geschiedenis was ten einde gekomen, schreef politiek filosoof Francis Fukuyama in 1992. “Nederland is af”, kopte het Parool bij de aanvang van dit millennium. Ondertussen kampen we met een ecologische en klimaatcrisis van jewelste, vragen ons af hoe we de volgende winter warm zouden kunnen blijven zonder het gas van Poetin, maar ook zonder de Groningers nog verder weg te laten zakken, en zien we de geopolitieke machtsverhoudingen ingrijpend verschuiven, wat ons doet inzien dat, hoe terecht de kritiek op het westen ook mag zijn, er toch ook wel veel te verdedigen valt.

In tijden als deze wendt de mens zich tot wijsheidsleren. Boeken van en over Cicero en Seneca, bijvoorbeeld, schijnen niet aan te slepen te zijn. Begrijpelijk. De Griekse filosofen bedreven geen louter intellectuele Spielerei, maar deden aan spirituele beoefening, zoals classicus Pierre Hadot heeft aangetoond. Ze vroegen zich af hoe een goed leven er uit kan zien en hoe we kunnen voorkomen gedomineerd te worden door onze emoties.

De Boeddha vroeg zich af hoe het lijden te verminderen. In het achtvoudig pad, waarvan meditatie een onderdeel vormt, formuleerde hij een antwoord op deze vraag. Mindfulness is niet voor niets bij uitstek toegesneden op moeilijke momenten en perioden, kleinere en grotere, persoonlijke en relationele, maar ook collectieve. Wat kan mindfulness in het licht van al deze ontwikkelingen voor ons betekenen?

Allereerst biedt mindfulness natuurlijk die kleine of grotere oase waarin we even op adem kunnen komen; kunnen voelen wat al die veranderingen met ons doen, hoe ze ons in verwarring brengen en angstig, verdrietig of boos maken. Misschien kunnen we dan ook zien in welke automatische reactiepatronen we ongemerkt en ongewild verzeild raken, bijvoorbeeld van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat koortsachtig het nieuws blijven checken, om daar dan ineens helemaal genoeg van te krijgen en over te gaan op een totale detox. In actie schieten zonder eerst goed te hebben nagedacht. Een kort lontje krijgen. Wegzakken in angst en machteloosheid.

Mindfulness biedt een open, prikkelarme ruimte waarin het adrenalineniveau kan dalen, zodat we wellicht weer iets van rust en gelijkmoedigheid kunnen ervaren. Zodat we kunnen besluiten hoe verder te gaan, vanaf hier. Niet vanuit een vernauwing van denken en voelen maar vanuit een ruimer perspectief. Zoals Lao Tse het zo mooi verwoordt: wachten tot de modder zakt, het water helder wordt en in stilte verwijlen tot de juiste handeling vanuit zichzelf ontstaat. Misschien met iets meer wijsheid, gevoel van verbinding en compassie, zowel voor anderen als voor onszelf.

En als we dan even stilvallen en het vizier wat verder hebben opengeschoven, dan kan er wellicht ook wat ruimte ontstaan om jezelf nog wat wezenlijkere vragen te stellen. Zoals: wat vind ik nou eigenlijk echt belangrijk? Waar wil ik mijn kostbare tijd aan besteden? Door welke waarden wil ik mij laten leiden, uitgaande van mijn persoonlijke situatie en de ontwikkelingen in dit tijdsgewricht? Wat wil ik doen met dat hele smalle streepje licht dat we leven noemen?

Geconfronteerd met het lijden, zoals in Oekraïne, bespeur ik soms de neiging bij mijzelf me af te willen wenden van het leed, van de wereld, er geen getuige van te willen zijn, er geen onderdeel van uit te willen maken. En telkens kom ik dan weer tot dezelfde conclusie: als ik er niet zou zijn of weg zou kijken, dan zou ik ook niets kunnen bijdragen. De vraag is dus wat ik wel kan doen, hoe klein ook, aangezien ik er nu eenmaal ben. Hoe geef ik vorm aan dat wat voor mij van waarde is, zonder weg te kijken maar ook zonder erin te verdrinken. En zonder oog te verliezen voor alle schoonheid en liefde, die evenzeer deel uitmaken van deze wereld.

Aandacht voor de natuur

03/23/22

Al zolang ik me kan herinneren houd ik van wandelen in de natuur. Lange tijd had ik echter weinig benul van wat daar allemaal groeide, bloeide, rondscharrelde en overvloog. Totdat ik een relatie kreeg met een bioloog en ornitholoog, inmiddels alweer zo’n vijfentwintig jaar geleden. Lekker doorstappen zat er met hem niet in, maar er ging een wereld voor me open. Het non-descripte ‘vogels’ veranderde al gauw in een brede waaier van kleur, geluid, vorm en beweging. Ik zag geen vogels meer, ik zag merels, kauwen, wielewalen, pestvogels, brilduikers, kuifeenden, zelfs een hop. Wat was de wereld oneindig veel rijker en veelvormiger dan ik altijd had gedacht.

Dit alles kwam terug in mijn herinnering toen ik Diary of a Young Naturalist las van Dara McAnulty, een Noord-Ierse jongen, veertien jaar toen hij dit dagboek schreef. McAnulty is de oudste zoon in een zeer hecht en liefdevol gezin van natuurliefhebbers (“close as otters”). Zijn vader is marine-bioloog en natuurbeschermer, zijn moeder een voormalig muziekjournalist die thuisonderwijs geeft aan haar dochter. Het hele gezin is autistisch, op de vader na, die de rest van het gezin niet alleen helpt om de raadsels van de natuur op te lossen, maar ook die van het sociale verkeer. Dara is slim en leergierig, maar school is geen goed concept voor hem: te bedompt, te veel prikkels, te veel onbegrijpelijk sociaal gedoe.

Wanneer het gezin naar de andere kant van het land verhuist gaat hij door een donkere periode. Hij rouwt om de favoriete plekjes die hij achter moet laten, bovendien is er de angst dat hij, nerdy als hij is, ook op zijn nieuwe school weer gepest zal worden. In de natuur, alleen of samen met zijn familie, komt Dara telkens weer tot zichzelf. Met de grootst mogelijke aandacht observeert hij alles wat hij tegenkomt en nodigt de lezer daarmee uit hetzelfde te doen. Gewoon, in de tuin, het park om de hoek of een natuurgebied in eigen land. Zo geeft hij een liefdevolle beschrijving van de botergele eitjes van een oorwurm nestelend in een muurleeuwenbek (ook wel ‘mother of thousands’ genoemd). Ik moest er het internet voor raadplegen, maar inderdaad: die eitjes zijn van een grote schoonheid. Van vooroordelen (bah, een oorwurm) heeft hij duidelijk weinig last.

Wanneer zijn zusje Bláthnaid (“the queen of all feathery things”) tijdens een wandeling haar eerste gaaienveer vindt, spat de vreugde van de bladzijden. Met de veer in het haar gestoken huppelt ze uitgelaten verder. Het hele gezin leeft mee, wat een prachtvondst. Als ze niet lang daarna ontdekt dat ze haar trofee alweer heeft verloren, zakt de complete familie door de knieën om de verloren schat te zoeken, helaas vergeefs, waarna Dara haar troostend op de schouders neemt. En zo delen ze ook hun verdriet wanneer vader McAnulty op een uitzonderlijk winterse dag (het is min 10) thuisgekomen van zijn werk vertelt hoe de koperwieken uitgeput en bevroren uit de lucht waren komen vallen. Het ontroerde me om te lezen over hun diepe mededogen, zowel met de vogels als met elkaar.

Naarmate ik vorderde werd Diary of a Young naturalist voor mij veel meer dan een prachtig geschreven natuurdagboek van een adolescente autist en klimaatactivist. Er begonnen zich spontaan woorden in mijn hoofd te vormen die ik ken uit mijn meditatie-beoefening; woorden als zorgzaamheid, medevreugde en compassie, veerkracht, dankbaarheid en verbondenheid, maar ook begrippen als de vergelijkende geest en verandering als enige constante. En bovenal natuurlijk aandacht, zowel voor de buitenwereld – mensen, dieren, bomen, bloemen, zonder strikte hiërarchie – als voor de binnenwereld. Bijvoorbeeld reflecties over het groeiende zelfbewustzijn en de manier waarop de mens zich verhoudt tot de natuur, maar ook intens ervaren emoties als vreugde, razernij, paniek, ontworteling en verdriet.

Het is een diepe hoop van McAnulty dat de zorgzame aandacht voor de natuur zoals hij die beschrijft ook bij zijn lezers zal leiden tot de wens en de inzet om al deze natuurlijke schatten tegen onszelf te beschermen – omdat we er nu eenmaal volkomen afhankelijk van zijn, voor ons welzijn en ons voortbestaan. Bij mij is dat in ieder geval gelukt. Bovendien ben ik nog aandachtiger gaan kijken naar allerlei natuurverschijnselen. Denk bijvoorbeeld aan de wijze waarop de winter de structuur van bomen onthult en de art decolijnen van Jan van Genten, zoals McAnulty het treffend en poëtisch verwoordt. Een paar weken geleden ontdekte ik regenwormen in paringstenue, gewoon, op de stoep bij mij om de hoek. Alles wat je aandacht geeft groeit, plegen we te zeggen. Het zou mooi zijn als dat inderdaad ook geldt voor de natuur. In ieder geval kunnen we allemaal hoeders zijn van de natuur door zorgzaam en aandachtig om te gaan met ons eigen kleine hoekje op deze aarde.

Diary of a Young Naturalist van Dara McAnulty is in het Nederlands uitgegeven door Balans als Dagboek van een Natuurjongen (vertaling door Annemie de Vries).

Goede gewoontes

01/1/22

Tijdens de derde bijeenkomst, half december, van de training Leven vanuit je kernwaarden, deden we aan het eind een rondje: welke waardengerichte actie neem jij je voor, tot aan de volgende, laatste bijeenkomst op 3 januari? Ik beet de spits af: iedere dag mijn oefeningen doen. Na zes jaar veel last te hebben gehad van mijn heup en mijn rug maak ik het na behandeling door een osteopaat alweer een aantal maanden heel goed. Ik kan weer langer zitten en lopen zonder pijn, waardoor ik weer meer kan werken en wandelen. Maar het vraagt wel onderhoud. Helaas geldt voor mij, net als bij veel anderen: na een poosje enthousiast thuis oefenen zakt het iedere keer weer in.

We hebben dit hardop uitspreken van waardengerichte acties (ACT-taal voor concrete voornemens die de eigen kernwaarden belichamen en ondersteunen) in de training opgenomen omdat onderzoek uitwijst dat het werkt. Gezond gebruikmaken van groepsdruk zou je kunnen zeggen. En tot nu toe is dat inderdaad het geval. Eerlijk gezegd ben ik er zelf door verrast hóe goed. Misschien helpt het ook wel een beetje dat ik ‘de juf’ ben. Ik kan het niet maken om niet het goede voorbeeld te geven!

Wie kent het niet? Een nieuwe goede gewoonte willen opbouwen, zoals gezonder eten, meer bewegen of dagelijks mediteren, maar na een vliegende start toch weer moeten constateren dat dat niet meevalt. Gedragswetenschapper Ben Tiggelaar constateerde onlangs al in zijn column in NRC Handelsblad dat we eigenlijk veel beter zijn in het ontwikkelen van slechte gewoontes. De meeste gewoontes leren we vanzelf omdat ze direct lonen, zoals eindeloos op je telefoon zitten. Soms echter gaat het ook op bij goede gewoontes: instant ontspanning bijvoorbeeld bij mensen die beginnen met mediteren.

Anders ligt het wanneer door een handeling niet meteen fijne stofjes worden aangemaakt. Tiggelaar waarschuwt ons: ‘Moeilijke routines; terugkerende gedragspatronen die ons veel inspanning en concentratie kosten en niet meteen bevrediging opleveren, worden nooit gemakkelijke gewoontes’. Maar, zo vervolgt hij, gelukkig bieden Benjamin Gardner, Alison Phillips en Gaby Judah een beetje hoop. Deze gewoonte-onderzoekers maken namelijk onderscheid tussen beslisgewoontes (habitual instigation) en uitvoeringsgewoontes (habitual execution). Als het besluit er eenmaal is, gekoppeld aan een bepaald moment, handeling of plek (’s avonds om half 8 Mindful Leven!), dan volgt de uitvoering vaak vanzelf. In de mindfulnesstraining noemen we dat ‘een knoop in je zakdoek’.

We hebben de neiging om ons te verlaten op discipline, maar het is veel effectiever jezelf te verleiden tot het vertonen van gedrag dat op de langere termijn belangrijk voor je is. Self-nudging, zou je dat kunnen noemen. Het is ook realistischer. Zit jezelf dus niet op de kop als het weer eens niet is gelukt. Wees een bemoedigende en begripvolle vriend of coach voor jezelf in plaats van streng en kritisch te zijn. Kortom: beoefen zelfcompassie. Neem kleine stappen, die uitdagend maar haalbaar zijn. Zoals een deelnemer ooit zei: ‘Als ik geen tijd of zin heb om te mediteren, dan zeg ik tegen mijzelf dat vijf minuten al voldoende is. Meestal zit ik dan vervolgens toch langer’. Leg de connectie met je diepere waarden en daarmee je motivatie. Weet waarom je dit wilt. Formuleer een intentie en vraag jezelf af hoe je je achteraf wilt voelen. En maak gebruik van je medemens, dat kopje thee na de yoga samen met je vriendin, die gemeenschap van mindfulnessbeoefenaren.

Tweemaal daags mediteren is zo verankerd geraakt in mijn systeem. Nu nog die oefeningen. Tot nu toe gaat het goed. En ik heb me voorgenomen om een ‘klasje’ te gaan zoeken voor het geval het toch weer inzakt. Dat is het resultaat van het schrijven van deze blog, waardoor ik hier weer eens even echt bij stil ging staan. Aandacht dus eigenlijk, daar begint het allemaal mee – een moeilijk te overschatten fenomeen.