\
Margôt van Stee
Arbeidspsycholoog/ Mindfulnesstrainer
/

Met de gestage toename van door mensen geproduceerd geluid neemt de behoefte aan stilte toe. Ook bij mij. De afgelopen maanden heb ik nogal wat uren doorgebracht op luchthavens en de gemoedstoestand waarin ik dat deed bleek nauw samen te hangen met het aantal decibellen. Zo waren er taxfree zones (niet te vermijden, want gelijk een Ikea looppad leidend naar de gate) waar ik min of meer op de vlucht sloeg voor de enorme herrie doorgaand voor muzak. Maar ook waren er geluidsluwe luchthavens waar eventueel aanwezige reisstress wegsmolt als sneeuw voor de zon. Ook bleek restauranttevredenheid vaak meer samen te hangen met de (afwezigheid of soort) muziek dan met de kwaliteit van het eten. Kortom: stilte dan wel de afwezigheid daarvan werd een thema.

Niet dat het helemaal uit de lucht kwam vallen. Toen ik begin twintig was en het pand waar ik woonde werd gerenoveerd, ontdekte ik voor het eerst hoezeer geluid voor overlast kan zorgen. Maandenlang werd ik ‘s ochtends om 7 uur wreed gewekt door luidruchtige bouwvakkers. Geen tijdstip voor een studente met een avondprogramma. Maar ik ontdekte eveneens hoezeer ook de interpretatie van het geluid een rol speelt. Gedachten als “er wordt helemaal geen rekening met me gehouden” maakten het er bepaald niet beter op. Zoals de Boeddha al wist: hoezeer we ook proberen  ongemak uit ons leven te bannen, geen mens ontkomt er aan. De vraag is: gaan we op die momenten tegen windmolens vechten of gebruiken we de invloed waar we over beschikken en accepteren we het onvermijdelijke dat dan nog resteert?

George Prochnik, auteur van boeken over Sigmund Freud, Stefan Zweig en Gershom Scholem, en wooonachtig in Brooklyn, had op een gegeven moment een punt bereikt waarop hij zijn eigen geklaag over geluidsoverlast zat was. Hij besloot iets te gaan doen (of liever gezegd: iets anders te gaan doen dan klagen en oordoppen dragen) en begon met een onderzoek naar de waarde en betekenis van stilte. In Pursuit of Silence: Listening for Meaning in a World of Noise (helaas nog niet verschenen in het Nederlands) is daarvan het resultaat. Prochnik praat onder andere met een Trappist (die stilte zijn moedertaal noemt), met wetenschappers (onder meer over de evolutionaire rol van horen in de overleving), de ontwerpster van het geluidsconcept voor Abercrombie & Fitch (een kledingwinkel die doet denken aan een discotheek) en een bevriende schilder die zegt: “Sound imposes a narrative on you and it’s always someone else’s narrative” (“Geluid legt een verhaal aan je op en het is altijd het verhaal van een ander”).

Lawaai kent vele negatieve effecten, zoals gehoorschade (één op de drie Amerikanen schijnt hier in enige mate aan te lijden) en hartaanvallen (45.000 van de dodelijke gevallen zouden toe te schrijven zijn aan cardiovasculaire stress ten gevolge van geluidsoverlast), om nog maar te zwijgen over alle mogelijke andere spanningsklachten en slaapproblemen. Het is niet voor niets dat mensen op zoek gaan naar stilte, bijvoorbeeld in de vorm van meditaties en stilteretraites, restaurants zonder muziek, stiltecampings en verhuizingen naar het platteland.

Hoewel ik pas op een derde ben van In Pursuit of Silence, kan ik het warm aanbevelen aan iedereen die zich interesseert voor de rol van stilte en geluid in onze moderne samenleving. Afgelopen weekend bezocht ik twee hoogbejaarde en kwieke zusters van mijn vader, beiden vanaf jonge leeftijd non. Op het kerkhofje bij het verzorgingstehuis bleek uit de geboorte- en sterfdata wat het effect is van een leven van rust, reinheid en regelmaat. De Trappister monnik antwoordde op de vraag van Prochnik waarom de monniken toch op zo’n onchristelijk tijdstip, namelijk kwart over 3, opstaan: “We have six free hours before our workday begins. How many rich people can say that? We call it ‘holy leisure’. Having that time does something to your humanity” (“We hebben zes uur vrij voordat onze werkdag begint. Hoeveel rijke mensen kunnen dat zeggen? We noemen dat ‘heilige vrije tijd’. Die tijd te hebben doet iets met je menselijkheid”). Stilte, voor de non of monnik een moment om contact te maken met God, voor de geseculariseerde of spirituele mens een moment om contact te maken met zichzelf.