Eén van de eerste vragen die mijn schoonmoeder zaliger mij bij onze allereerste ontmoeting stelde was of ik vaak poëzie las. Zelf was ze een verwoed gedichtenlezer. Las ik vaak gedichten? Ik had er niet zo gauw een antwoord op.
Pas de volgende dag realiseerde ik me: meer dan ik dacht! Jaren geleden abonneerde ik mij op de gedichtenservice van Laurens Jz Coster en sindsdien ontving ik iedere werkdag een gedicht in mijn brievenbus, dat ik ook nu nog bijna altijd lees. In mijn mindfulness- en compassietrainingen draag ik met grote regelmaat en veel plezier gedichten voor, bijvoorbeeld van Rumi, Rainer Maria Rilke of Mary Oliver. En zo nu en dan koop ik een dichtbundel, voor mezelf of voor iemand anders. Mijn schoonmoeder deed ik bij een volgend bezoek een bundel van Wislawa Szymborska cadeau, één van mijn favorieten.
Tijdens de workshop ‘Wijs in de wereld’ die ik onlangs samen met Janine Plaisier gaf las ik Roger Keyes’ Hokusai says in Nederlandse vertaling voor. Ik vind het zelf een prachtig en bemoedigend gedicht en het trof me te zien hoe het ook anderen raakte. Het is niet voor niets dat er in Coronatijd zoveel gedichten werden geschreven en gelezen en dat zogenaamde Insta-poetry (vanwege de toegankelijkheid ervan voor veel jongeren een soort instap-poetry) zo’n enorme vlucht heeft genomen.
Poëzie is in staat iets te tonen “waarvan je het bestaan al vermoedde maar dat je nog niet eerder kon benoemen, omdat je dacht dat je de enige was die het opmerkte en het daarom niets te betekenen had, het geen bestaansrecht had”, schrijft Ellen Deckwitz in haar boek Dit gaat niet over grasmaaien: Hoe lees je poëzie. Heel herkenbaar wat mij betreft, voor fenomenen in de buitenwereld èn in de binnenwereld. Iets waarvan jij amper besefte dat je het voelde en waaraan je al helemaal geen woorden kon geven blijkt wel degelijk te bestaan. Je bent dus niet alleen en bovendien niet gek. Wat een opluchting!
Onlangs las ik Variaties op aanwezigheid van filosoof, kunstenaar en schrijver Eva Meijer, over de periode waarin ze leed aan long covid. Zelf heb ik hier ook last van gehad, hoewel gelukkig in veel minder ernstige mate. Toch was ook veel van wat ze beschreef herkenbaar: het gekrompen wereldje, al die dingen die aan je neus voorbijgaan, de onzekerheid over het verdere verloop.
Philip Huff stelde een bundel samen waarin de lezer kan zoeken op thema’s als ziekte, ouder worden, eenzaamheid, nieuwsverdriet en verslaving aan liefde. Het draagt de toepasselijke titel De Gedichtenapotheek: Poëzie op recept voor het hoofd. Volgens Huff kan een goed gedicht als een goede vriend zijn: “Het helpt je inzicht te verkrijgen. Soms doet dat inzicht pijn, soms troost het, soms maakt het je aan het lachen en soms geeft het je de moed om door te gaan”. Zijn wens is dan ook dat de lezer van deze apotheek in boekvorm een gedicht zal vinden “dat behandelt wat pijn doet en iets van verlichting brengt”.
Omdat we kennelijk weer terug bewegen naar een orale cultuur, getuige de populariteit van podcasts, spoken word, luisterboeken en audio tours in musea, is hier een door mij ingesproken Hokusai zegt te beluisteren. De bijsluiter schrijft ‘tijd en overgave’ voor, aangezien het tempo vermoedelijk wat lager ligt dan wat normaliter uit de toverdoos van je telefoon opklinkt. Moge het je iets van verlichting brengen!